Afmetingen vrachtwagen en oplegger: de wettelijke maten in Nederland en België

De afmetingen van een vrachtwagen met oplegger liggen in Nederland en België vast: ten hoogste 16,50 m lang, 2,55 m breed en 4,00 m hoog. Wat een ontwerpvoertuig is en waarom een draaicirkel altijd een meetwijze nodig heeft, staat in het overzicht van ontwerpvoertuigen en draaicirkels. Hieronder de maten per land, met het artikel waar ze staan, wat de wet over de oplegger zelf zegt, de LZV, en waarom geen van die getallen u vertelt of de combinatie door uw bocht komt.
Beide landen volgen Richtlijn 96/53/EG, bijlage I. Nederland en België hebben die maxima elk in hun eigen regels overgenomen, en daar staan ze met artikelnummer.
Maximale afmetingen in Nederland
In Nederland staan de maten in hoofdstuk 5 van de Regeling voertuigen. De RDW vat ze samen in het Overzicht maten en gewichten in Nederland (versie 2025-01):
| Voertuig of maat | Maximum | Regeling voertuigen |
|---|---|---|
| Bedrijfsauto, lengte | 12,00 m | art. 5.3.6, eerste lid |
| Breedte | 2,55 m | art. 5.3.6, eerste lid |
| Breedte bij geconditioneerd vervoer | 2,60 m | art. 5.3.6, derde lid |
| Hoogte | 4,00 m | art. 5.3.6, eerste lid |
| Samenstel van opleggertrekker en oplegger | 16,50 m | art. 5.18.11, eerste lid |
| Samenstel van bedrijfsauto en aanhangwagen | 18,75 m | art. 5.18.11, tweede lid |
| Oplegger, hart koppelingspen tot achterzijde | 12,00 m | art. 5.12.6, derde lid |
| Oplegger, hart koppelingspen tot voorzijde (kopstraal), in gebruik na 31-12-1997 | 2,04 m | art. 5.12.6, derde lid |
Het overzicht zegt zelf dat er geen rechten aan kunnen worden ontleend; de regel is de Regeling voertuigen. Wie een tekening of vergunning met deze maten onderbouwt, noemt dus de Regeling en gebruikt de RDW-tabel als leeshulp.
Een bakwagen is in deze tabel gewoon een bedrijfsauto: 12,00 m lang, 2,55 m breed, 4,00 m hoog. Een wissellaadbak of container telt mee in die maten: artikel 5.3.6, vierde lid, zegt dat afneembare bovenbouwen en gestandaardiseerde laadstructuren, "zoals containers", in de afmetingen begrepen zijn, en Richtlijn 96/53/EG zegt hetzelfde in punt 1.4. Voor de 45-voetcontainer maakt de Regeling een uitzondering: volgens artikel 5.18.11, vijfde lid, mag een samenstel met een 45-voetcontainer van ten hoogste 13,72 m, onder de voorwaarden van dat lid, niet meer dan 17,30 m lang zijn.
Maximale afmetingen in België
In België staan de maten in artikel 32bis van het koninklijk besluit van 15 maart 1968 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen (Vlaamse Codex):
- breedte 2,55 m, voor geconditioneerd vervoer 2,60 m (punt 3.1.1);
- hoogte 4 m (punt 3.1.2);
- motorvoertuig 12 m, aanhangwagen (geen oplegger) 12 m (punt 3.1.3.1 en 3.1.3.2);
- geleed voertuig 16,50 m (punt 3.1.3.4), als de oplegger voldoet aan punt 3.1.3.3: ten hoogste 12 m van de koppelpen tot de achterkant en 2,04 m van de koppelpen tot de voorzijde;
- slepen (vrachtwagen en aanhangwagen) 18,75 m, onder de voorwaarden van punt 3.1.3.5; Richtlijn 96/53/EG noemt dezelfde 18,75 m voor een aanhangwagencombinatie;
- voor voertuigen en voertuigcombinaties die in intermodaal vervoer containers van 45 voet vervoeren, mogen de lengtes met 15 cm worden overschreden (punt 3.1.3.6).
Afmetingen van een oplegger: wat de wet wel en niet vastlegt
Wie "oplegger afmetingen" zoekt, verwacht één lengte. Die staat in geen van deze teksten. De wet regelt de oplegger via de koppelpen:
- van de koppelpen tot de achterkant van de oplegger ten hoogste 12,00 m (Richtlijn 96/53/EG, punt 1.6);
- van de koppelpen tot elk punt aan de voorzijde, horizontaal gemeten, ten hoogste 2,04 m (punt 4.4). In Nederland heet dat de kopstraal.
De combinatie van trekker en oplegger mag daarbij niet langer zijn dan 16,50 m. De bekende 13,60 m komt niet uit de wet. Scania Nederland schrijft op zijn site dat opleggers "een standaardafmeting van 13,60 meter" hebben en dat "afwijkingen hiervan bestaan"; de pagina zegt niet of dat de buitenlengte of de laadvloer is. Gebruik zo'n getal dus niet als ontwerpwaarde.
Voor de rijcurve is de totale lengte van de oplegger niet de maat die de bocht het meest bepaalt. Wat de binnenkant bepaalt, is de afstand van de koppelpen tot de assen van de oplegger, de plaats van de koppelpen ten opzichte van de achteras van de trekker, de wielbasis van de trekker en de stuuruitslag; het deel van de oplegger achter de assen bepaalt hoe ver de achterkant uitzwaait. Geen enkele wettelijke tabel geeft die maten; ze staan op het gegevensblad van de fabrikant van de combinatie die er echt gaat rijden.
LZV en langere en zwaardere slepen
In Nederland rijdt een LZV op ontheffing, niet van rechtswege. De Beleidsregel keuring en ontheffingverlening LZV omschrijft haar in artikel 1 onder e als een samenstel van ten hoogste drie voertuigen met een laadlengte van ten minste 18 m en ten hoogste 21,82 m, een totale lengte van ten hoogste 25,25 m en een totale massa van ten hoogste 60 ton. Bijlage C voegt daar drie dingen aan toe:
- de 25,25 m is inclusief lading, en een verlengde cabine telt tot een maximum van 50 cm niet mee (art. A, lid 3 en 5);
- een LZV heeft ten hoogste twee draaipunten (art. A, lid 2);
- een LZV moet naar beide zijden een volledige cirkel kunnen beschrijven tussen twee concentrische cirkels met een straal van 14,50 m en 6,50 m (art. H).
In België heten deze combinaties langere en zwaardere slepen. Artikel 32bis, punt 3.1.3.7, staat voor hen 25,25 m toe onder de voorwaarden van de overheden die bevoegd zijn voor de infrastructuur, en punt 3.3 eist dezelfde ring van 14,50 m en 6,50 m.
Waarom de draaicirkel niet uit de afmetingen volgt
Naast de maxima stellen de Nederlandse en de Belgische regels ook eisen aan het bochtgedrag. De bekendste wordt vaak voor een draaicirkel aangezien. Volgens artikel 5.18.16, eerste lid, van de Regeling voertuigen moet een bedrijfsauto, bus of samenstel "in elke gebruikstoestand naar beide zijden een volledige cirkel kunnen beschrijven" tussen twee concentrische cirkels met een straal van 12,50 m en 5,30 m, zonder dat een buitenpunt van het voertuig daarbuiten komt. Richtlijn 96/53/EG, punt 1.5, noemt dezelfde stralen voor een motorvoertuig of combinatie "in beweging", en in België staat de ring in artikel 32bis, punt 3.3, onder de titel "Bestreken baan". Lid 6 van hetzelfde Nederlandse artikel beperkt de uitzwaai van een bedrijfsauto tot 0,80 m, of tot 1,00 m als een hefas is opgetrokken of de achterste as een gestuurde as is.
Die ring is een toelatingseis. In Nederland moet een trekker-oplegger erin passen, op de uitzonderingen na die het tweede tot en met vierde lid van artikel 5.18.16 noemen, waaronder samenstellen van trekker en oplegger als bedoeld in artikel 5.18.13, eerste lid, onderdeel b. De ring zegt niet hoe krap een bepaalde combinatie draait, en hij zegt niets over een bocht die niet rond is, een inrit met een scherpe hoek of een laadperron waar de chauffeur achteruit insteekt. Twee combinaties van precies 16,50 m kunnen een heel andere ruimte nodig hebben, omdat de koppelpen anders staat of de oplegger een andere wielbasis heeft. De RDW-tabel noemt dan ook geen draaicirkel, en CROW schrijft in de Handreiking vrachtautoparkeren over de manoeuvreerruimte van vrachtauto's: "Algemene vuistregels zijn hiervoor niet voorhanden omdat de variëteit in vrachtauto's groot is."
Wat in de bocht gebeurt: de voorwielen van de trekker volgen de lijn die de chauffeur rijdt, de achteras van de trekker loopt binnendoor, en de assen van de oplegger lopen nog verder binnendoor. De Vlaamse wegbeheerder AWV omschrijft de rijcurve als "de bereden baan van het voertuig, inclusief de sleeplijn van de achterwielen". In het model van PathSweeper ligt de binnenrand van de rijcurve bij het binnenste achterwiel van de oplegger, ter hoogte van de as, niet bij de achterhoek van de opbouw. Hoe dat voor een vrachtwagen zonder oplegger uitpakt, staat in het artikel over de draaicirkel van een vrachtwagen.
De combinatie intekenen in PathSweeper
PathSweeper biedt geen Nederlandse of Belgische ontwerpvoertuigen, en de vier gratis standaardvoertuigen (personenauto, bestelwagen, vrachtwagen met twee assen, bus) bevatten geen trekker-oplegger. U bouwt de combinatie zelf in de voertuigeditor. Een voertuig aanmaken en opslaan kost niets, u hebt alleen een account nodig; pas het gebruik in een project vraagt een Project Pass of Annual Pass.
- Kies het type trekker met oplegger en neem de maten over van het gegevensblad: breedte (wettelijk ten hoogste 2,55 m, 2,60 m bij geconditioneerd vervoer), de wielbasis van de trekker, de lengte en de overhang vóór van de trekker, de wielbasis van de oplegger (van de koppelpen tot de as), de plaats van de koppelpen ten opzichte van de achteras van de trekker en de maximale knikhoek.
- Geef de draaicirkel op zoals het gegevensblad hem noemt. De editor vraagt welke waarde u hebt: een diameter van stoeprand tot stoeprand, een diameter van muur tot muur, een diameter zonder opgave, een buitenstraal van muur tot muur of een binnenstraal tot het binnenste achterwiel. Voor een combinatie staat hij standaard op de buitenstraal van muur tot muur. Vul daar de waarde van deze combinatie in, niet de 12,50 m van de ring. Zegt het gegevensblad niet waartoe gemeten is, kies dan de diameter zonder opgave: die wordt als stoeprand tot stoeprand gelezen, de voorzichtige lezing: de rijcurve valt eerder te ruim dan te krap uit. Een stoeprandmaat die u als muurmaat invoert, laat het voertuig krapper draaien dan het in werkelijkheid doet.
- Kalibreer de schaal op de situatietekening (afbeelding of PDF) met een afstand die u kent.
- Teken het pad, vooruit of achteruit, en lees de rijcurve direct af. Met sturen tijdens het rijden (in de app gemarkeerd als Pro, beschikbaar met een Project Pass of Annual Pass) draaien de wielen geleidelijk in, wat de rijcurve iets breder maakt dan sturen vanuit stilstand.
- Exporteer: PNG en JPEG zijn gratis, DXF vraagt een Project Pass of Annual Pass.
Wilt u eerst zien hoe een rijcurve ontstaat, dan kunt u op PathSweeper in de browser een pad tekenen met een gratis standaardvoertuig.
Veelgemaakte fouten
- 16,50 m als lengte van de oplegger lezen. Het is de lengte van de hele combinatie, van de voorkant van de trekker tot de achterkant van de oplegger.
- 13,60 m als wettelijke maat noemen. De wet regelt 12,00 m en 2,04 m vanaf de koppelpen, geen opleggerlengte.
- De ring als draaicirkel invoeren. 12,50 m en 5,30 m (of 14,50 m en 6,50 m voor een LZV) zijn grenzen, geen eigenschap van uw voertuig.
- Diameter en straal verwarren. Een gegevensblad noemt meestal een diameter, de wet een straal. Kijk altijd welke het is.
- De maten van het ene land in het andere gebruiken. De getallen zijn grotendeels gelijk, maar citeer de regel van het land waar u bouwt.